Inventariseren zelfredzaamheid

Bij zelfredzaamheid gaat het om de volgende levensterreinen: 
1. dagbesteding (vrije tijd, zinvolle activiteiten)
2. lichamelijk, psychisch en cognitief functioneren
3. sociaal netwerk
4. woonsituatie
5. huishouden
6. algemene dagelijkse levensverrichtingen
7. mobiliteit
8. financiën

Om te beginnen verzamel je gegevens over het leven van de zorgvrager voor het hersenletsel en het leven van de zorgvrager na het hersenletsel. Zo kun je een beeld vormen over de invloed van het hersenletsel op het leven van de zorgvrager en je ook enigzins inbeelden hoe ingrijpend het hersenletsel voor de zorgvrager is geweest.

Om te onderzoeken welke ondersteuning u nodig heeft zijn verschillende inventarisatielijsten ontwikkeld, welke u kunnen helpen bij gesprekken met onder andere de WMO.
Hieronder vind u een link naar de vragenlijsten en of hulpmiddelen.

Vragenlijst voor getroffene
Vragenlijst voor mantelzorger

  • De Zelfredzaamheid-Matrix (ZRM)
    De Zelfredzaamheid-Matrix (ZRM) wordt ingevuld door de zorgverlener en toetst de zelfredzaamheid op de leefgebieden inkomen, werk & opleiding, tijdsbesteding, huisvesting, huiselijke relaties, geestelijke gezondheid, lichamelijke gezondheid, middelengebruik, vaardigheden bij activiteiten van het dagelijks leven (ADL), sociaal netwerk, maatschappelijke participatie en justitie. Per leefgebied is aangegeven welke feitelijke omstandigheden bij welk niveau van zelfredzaamheid horen.
  • De ZelfredzaamheidsRadar
    De ZelfredzaamheidsRadar is een breed gebruikt instrument om de zelfredzaamheid van je cliënt in kaart te brengen en samen te bedenken hoe je die kunt verbeteren, met en zonder hulpmiddelen of slimme technologie. De ZelfredzaamheidsRadar bestaat uit 15 domeinen (continentie, aankleden, mobiliteit, leervermogen, etc.) die je een cijfer (tussen 1 en 5) kunt geven. Als de cliënt op een bepaald domein lager scoort ga je zoeken naar verbeteringen.
  • De Effectenmonitor
    De Effectenmonitor is een unieke app dat de effecten meet van interventies in het sociale domein. De basis van het model wordt gevormd door het  gedragsveranderingsmodel van Prochaska ook wel het “Stages of Change” model genoemd. Dit model kent 5 fasen van gedragsverandering. Door de Effectenmonitor te gebruiken als nul-meting bij start van een traject kan na verloop van tijd inzichtelijk worden gemaakt wat de interventie heeft opgeleverd. Voor de cliënt is het erg motiverend om te zien dat de inspanningen ook zichtbare resultaten laten zien.
  • De zeldredzaamheidsmeter
    Met de zelfredzaamheidsmeter breng je de zelfredzaamheid van je cliënt in beeld. Het betreft tien levensdomeinen van de cliënt.
    Voor elk levensdomein ga je kijken in hoeverre de cliënt zelfstandig functioneert en bepaal je dus hoe zelfredzaam de cliënt is.
    Dit doe je op een schaal van 1 tot 4.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *